De eerste feedback

Je manuscript voor het eerst afstaan, is een kwetsbaar moment. Hoe dan ook is het verhaal verzonnen én hoe dan ook haakt het vast aan de schrijver. Met kleine weerhaken, die niet los te maken zijn, die pijn doen als de eerste lezers het hier en daar anders willen en draaien aan de lijnen van het verhaal.

Mijn eerste lezer is altijd mijn echtgenoot. Aan hem durf ik alle fouten tonen, ook die in mijn verhalen. De volgende lezers waren collega’s van het werk of uit de sector. Ik noem hen hier niet bij naam, maar ik ben hen dankbaar voor de feedback. Op mail, of op het moment van lezen gekrabbeld op de enveloppe van het manuscript.

Voor ik het manuscript echt uit handen durf  te geven, wil ik eerst nog een professionele beoordeling. Ooit al buikgriep gehad? Acuut en hevig? Zo voelt het als die mail binnenkomt. Ik twijfel of ik het rapport wel echt wil lezen. Misschien moet ik het maar gewoon deleten, doen alsof ik nooit iets geschreven heb. Maar dan dubbelklik ik toch. Mijn ogen zoeven over het leesrapport. Oef. Gelukkig. Positief.

“Ik heb aandachtig (en graag!) jouw monoloog gelezen. Je brengt die in een aparte stijl met originele beelden. Je start midden in het verhaal en bouwt langzaam de spanning op. Je geeft mondjesmaat informatie. Je monoloog boeit tot het einde. Je brengt een aangrijpende boodschap. Je hoofdpersonage verbergt haar eenzaamheid achter haar ironie. De onderhuidse spanning is voortdurend aanwezig, soms haast tastbaar. De zwaarte van de zorg voor iemand met een psychisch probleem en daar tegenover de liefde voor zo iemand, de dualiteit, wordt goed neergezet.”

Fijn. Op naar de drukker nu.